• Winkelwagen
    0 Product(en) € 0,00
    • 0 Product(en) € 0,00

Categorieën

Gratis verzending vanaf:
NL € 25,- / BE € 30,-

1. Drop in Nederland

"Mam, mag ik een snoepje?" Dat vraag je vast wel eens. Misschien
mag je kiezen uit een zuurtje, een lolly, een stukje chocolade of een
dropje.
Drop is in Nederland het meest gegeten snoep. Zoet of zout en in
allerlei vormen. Er is keus genoeg. In Nederland wordt elk jaar 32
miljoen kilo drop gegeten. Dat zijn meer dan tweeduizend vrachtwagens
met elk vijftienduizend kilo drop erin. En dat zijn weer vier volle
puntzakken per persoon.
Drop is echt iets Nederlands. Een Grieks of Japans kind kent het niet.
En grote kans dat zo'n buitenlands kind drop zelfs vies en raar zou
vinden. Zo zout in je mond, en helemaal zwart! In noordelijke landen,
zoals Zweden en Noorwegen, wordt wel steeds meer drop gegeten.
Maar in de landen ten zuiden van Nederland, zoals Frankrijk, Italië en
Spanje, zie je veel meer zoet en kleurig snoep. En als je al iets ziet dat
op drop lijkt, smaakt het vaak heel anders. Wil je op vakantie drop eten,
dan moet je het uit Nederland meenemen. Nederlanders die naar het
buitenland zijn verhuisd, laten hun familie vaak drop opsturen. Zo leren
wel steeds meer mensen in het buitenland dat vreemde zwarte snoep
kennen.

2. Het belangrijkste in drop

Toch wordt drop gemaakt van iets dat uit verre landen komt, namelijk
zoethoutwortel.
Zoethout ken je misschien wel. Zo'n soort stokje, waar je lekker op kunt
sabbelen tot er een 'staart' aan komt. Zoethout is al honderden jaren
bekend. Niet als snoep, maar als medicijn. Je kon er hoest en pijn in je
keel mee genezen. Zelfs in het graf van de beroemde Egyptische farao
Toetanchamon is zouthout gevonden. Hij leefde meer dan drieduizend
jaar geleden. In een Nederlands boek dat ongeveer achthonderd jaar
oud is, wordt ook al over zoethout geschreven.
Zoethout zorgt voor de speciale dropsmaak in drop. Het is heel zoet,
wel vijftig keer zoeter dan gewone suiker. Je hebt er per dropje dan ook
maar een heel klein beetje van nodig.
Van zoethout tot blokdrop
De zoethoutstruik groeit in warme landen, zoals Spanje, Italië, Iran,
Irak, China en in delen van Amerika. Je vindt de plant langs rivieren
waar het goed vochtig is. Na vier jaar worden de wortels van de struik
geoogst. Want de wortels geven de lekkere zoethoutsmaak.
Het oogsten doen de boeren na de zomer, rond oktober. Het is een
zware klus, want de wortels zitten soms wel vier meter in de grond. De
boeren graven ze heel voorzichtig op. Er moeten genoeg wortels aan
de struiken blijven zitten, zodat ze weer verder kunnen groeien.
Volgend jaar kan er dan weer zoethout van de plant geoogst worden.
Nadat ze zijn opgegraven, worden de wortels uit elkaar gehaald.
Daarna moeten ze een paar dagen drogen in de zon. Anders zouden ze
snel bederven. De boeren verkopen de wortels aan de fabriek.
Hier worden ze klein gemaakt en wordt het vuil eruit gehaald. Daarna
wordt er met water een soort pap van gemaakt. Nadat die pap gekookt
is, wordt het in 'blokken' gegoten. Als het mengsel hard is, heb je
blokdrop. Die blokdrop wordt aan allerlei landen verkocht. Het grootste
deel gaat naar Amerika. Daar geven ze er sigaretten een lekker
smaakje mee. Het wordt ook gebruikt om medicijnen minder vies te
laten smaken. Van een klein deel worden hoestdrankjes gemaakt. En
de rest gaat naar de dropfabrieken.
In een dropfabriek kun je zien hoe dropjes gemaakt worden. In de hal
staan de kant-en-klare zakjes drop in een rek. Als je verder loopt, kun je
zien wat er allemaal moet gebeuren voordat de dropjes zo in het zakje
zitten. Alles moet heel schoon zijn in een fabriek waar etenswaren
worden gemaakt. Dat noem je hygiëne. Dus moet je een witte jas aan
en een witte pet op. Op witte kleding valt het sneller op als er toch iets
vies is.
Alles wat er nodig is
Eerst kom je in de voorraadkamer. Hier liggen alle grondstoffen of
ingrediënten. Dat is alles wat er nodig is om drop te maken. Dit vind je
er allemaal:
  • In een grote jerrycan zit wel duizend liter vloeibare blokdrop. Het smaakt naar drop, maar dan heel sterk.
  • Allerlei soorten meel. Die worden gemengd, zodat ze precies goed zijn voor de recepten van deze dropfabriek.
Vroeger werd er veel Arabische gom gebruikt. Dat gom komt van
acaciabomen die in Afrika groeien. Het zorgt ervoor dat dropjes
lekker soepel worden.
Arabische gom is heel zeldzaam en duur. Daarom wordt daarvoor in
de plaats nu meestal speciaal meel gebruikt. Dat wordt gemaakt van
aardappelen of maïs. Het werkt op dezelfde manier als Arabische
gom. Maar dropjes met Arabische gom zijn vaak wel iets
lekkerder.De verschillende soorten meel zorgen ervoor dat een
dropje straks hard wordt of juist zacht.
  • Suiker, in een grote silo zit wel 55.000 kg suiker.
  •  Glucosestroop, een soort zoetstof. Het zit in een roestvrijstalen tank.
  •  Zout. Geen gewoon zout, maar salmiakzout.
  •  Kleurstoffen. Van zichzelf is drop een beetje bruinig en doorzichtig.
Maar mensen willen echt zwarte drop, of juist bruine. Voor de zwarte
kleur wordt norit gebruikt. Dat is een soort koolstof. En karamel zorgt
voor de kleur van bruine drop. Karamel is gebrande suiker.
  • Geur- en smaakstoffen. Elk dropje smaakt anders. Dat komt door wat eraan wordt toegevoegd. Bijvoorbeeld laurier, menthol, anijs,eucalyptus en honing geven elk dropje zijn eigen smaak.
  • Gelatine: poeder dat ervoor zorgt dat de dropjes niet uit elkaar vallen.

3. Alles mengen

Het volgende deel van de fabriek lijkt wel een grote keuken. Er staan
enorme ketels van metaal, een soort super-pannen. Water, suiker,
glucosestroop, meel en gelatine komen in een grote ketel bij elkaar. Het
recept staat in de computer. En die computer regelt dat er van elk
ingrediënt steeds genoeg wordt genomen. Alles wordt gemengd en
daarna heel snel verwarmd tot 135 graden Celsius. Daardoor wordt het
meel stijf. Als de drop straks afkoelt, blijft het dropje stevig, zonder
keihard te worden.
Het mengsel gaat via een dunne buis naar een andere tank. Daar wordt
het snel afgekoeld. De hete stoom die er vanaf komt, wordt afgevoerd.
Er wordt aan het mengsel nog wat andere grondstoffen toegevoegd
zoals bv zout en allerlei kleur-, geur- en smaakstoffen. Wat er precies
in elke dropje komt, is het geheim van de fabriek. Al bijna honderd jaar
geleden zijn sommige van die recepte bedacht door de opa van de
fabrieksdirecteur. Vroeger werden alle stoffen afgewogen en met de
hand in ketels gedaan. Nu gebeurt dat automatisch. Het mengsel in de
ketels wordt steeds met grote mixers geroerd. Voor honingdrop is er
een honingmengsel en voor zoute drop moet er meer
zout bij. Het dropmengsel komt samen met het suiker-glucose-meelgelatine-
mengsel in een andere buis. En dan is de 'droppap' klaar.
Klaar om naar de gietmachine te gaan. Daar worden de dropjes in
gemaakt.

4. Duizenden dropjes

De mensen in de dropfabriek weten precies hoe ieder dropmengsel
moet smaken. Zij controleren steeds of alles gaat zoals het hoort. Zijn
ze goed gemengd? En is die dikke droppap nu prima om er eindelijk
echte dropjes van te maken?
Op rekken tegen de muur staan allemaal gipsen vormen. Het lijken wel
stempels. Je kunt eraan zien welke soorten drop in deze fabriek worden
gemaakt. Munten, colaflesjes, Brusselse mannekes, muizen, pistooltjes,
bielzen, hartjes en nog veel meer. Zoveel, dat kun je zelf niet bedenken.
En bij elke vorm hoort een eigen recept.
In de dropgietmachine komen platte bakken te staan met een laagje
gietpoeder. Dat is een speciaal soort meel. Bovenin komt een plank
met vormpjes. Die worden in het meel gedrukt. Zo krijg je een mal met
kuiltjes. In die kuiltjes komt de droppap. De machine giet de pap er via
heel kleine buisjes in.
Nu ligt de bak vol zachte, natte dropjes. De bakken komen uit de
machine en worden in een droogruimte gezet. Na één of twee dagen
komen alle bakken met dropjes uit die droogruimte. Ze gaan opnieuw
een machine in. De bakken worden gekanteld. De dropjes zijn intussen
hard geworden en vallen eruit. In de machine wordt het meel eraf
geblazen en daar zijn ze dan: schone dropjes in de goede vorm. Het
gietpoeder wordt trouwens ook weer opgevangen. Dat komt in een
volgende bak en vlak daarna worden er weer nieuwe vormpjes
ingedrukt.

5. De glanstunnel

Toch zien de dropjes er nu nog niet zo lekker uit als wanneer je ze in de
winkel koopt. Dat komt doordat er nog een glanslaagje op moet. Op een
lopende band gaan ze naar de glanstunnel, een soort grote
droogtrommel. Die trommel draait. Er zit olie en bijenwas in. Die zorgen
samen voor het laatste laagje op de dropjes. En dan... wordt het echt
moeilijk om er vanaf te blijven. Maar dat moet nog wel even. Want alle
dropjes die in grote bakken uit de glanstunnel komen, moeten nog iets
harder worden.
De dropjes liggen nog één of twee dagen in kratten. Dan zijn ze klaar
om ingepakt te worden.
Ze gaan weer over een lopende band. Zo komen ze in grote zakken,
waaruit winkeliers schepbakken kunnen vullen. Of in kleine zakjes en
puntzakken, waarin je de drop straks in de winkel kunt kopen. Sommige
dropjes komen in een machine in mooie rijtjes te liggen. Daarna gaan
ze in rolletjes.
Tot het laatst toe wordt gecontroleerd of alles goed gaat. Er is zelfs een
machine die gaat piepen als er een schroefje tussen de drop zit. Deze
machine heet metaaldetector Gelukkig gebeurt dat eigenlijk nooit.
Het inpakken van al die dropjes is een heel werk. Maar wel een lekker
werkje. Stel je voor: elke dag zie je duizenden en duizenden dropjes
voorbij komen. Die wil je natuurlijk wel proeven. En dat mág als je in
een dropfabriek werkt!

6. Steeds nieuwe smaken

Er zijn zelfs mensen die voor hun werk drop móeten proeven! Dat zijn
de controleurs van de kwaliteit. Telkens wordt geproefd en gekeken of
alles goed gaat. Natuurlijk gaat er wel eens iets mis. Dan plakt een hele
bak met dropjes aan elkaar. Of zijn dropjes harder geworden dan ze
moeten zijn, omdat er te veel meel bij is gedaan. Die drop wordt
opnieuw gesmolten en kan in een ander recept worden gebruikt. Maar
meestal gaat het goed en zijn de controleurs tevreden.
Superzout
Dropmakers moeten met de tijd meegaan, want de smaak van de
dropkopers verandert. En ze willen natuurlijk ook steeds iets nieuws
verkopen. Zoals paashazendrop voor Pasen of hartjes voor
Valentijnsdag. En eurodrop in plaats van centendrop.
Het is leuk om steeds nieuwe dropjes te bedenken. Maar ook moeilijk,
want je moet weten wat de mensen lekker vinden. In het laboratorium
worden nieuwe smaken en recepten uitgeprobeerd. Daarna zijn er
mensen die de dropjes proeven. Dat heet een test. Het lijkt wel of
iedereen steeds meer van zoet houdt. Maar ook superzout is in de
mode. Zó zout dat je tong er bijna afvalt.

7. Gezond of ongezond?

Een dropje nemen als je keelpijn hebt, dat helpt meestal wel. In
hoestdrankjes zit ook zoethout, net als in drop. Het smeert de keel.
Maar drop is toch snoep! En snoep is toch ongezond? Dat valt allemaal
erg mee. Te veel drop eten, is niet slim. Je krijgt dan veel zout en suiker
binnen. Kun je verslaafd raken aan drop? Dat zou je misschien denken.
Want soms kun je pas stoppen met snoepen als de hele puntzak leeg
is.

8. Wist je dit al?

  • ?Er wordt steeds gesproken over gietdrop. De meeste drop wordtgegoten. Maar er bestaat ook geperste drop. Dropveters en dropstaven zijn daar voorbeelden van. Deze drop wordt onder hoge druk in een vorm geperst. Daarna wordt de drop in grote of kleine stukken gesneden.
  • Engelse drop heet wel 'drop', maar de gekleurde snoepjes uit dit snoepgoed hebben niets met drop te maken. Ze horen bij de 'suikerwaren'. De dropjes in Engelse drop zijn een voorbeeld van persdrop. Engelse drop komt echt uit Engeland. Het is daar lang geleden door een drogist uitgevonden.
  • In IJsland wordt een apart soort drop gegeten: peperdrop. Dat is net zoiets als de dubbelzoute drop bij ons. Maar dan dus met peper. Het grappige is, dat deze drop in Nederland wordt gemaakt en dan in IJsland wordt verkocht. Maar of wij het lekker vinden?


Bron: Junior Informatie van De Ruiter's Documentatiecentrum -
Uitgeverij Wolters Noordhoff
  Matthijs     07-08-2014 10:32     Reacties ( 0 )
Reacties (0)

Geen reacties gevonden.

Deze website gebruikt cookies om het bezoek te meten, we slaan geen persoonlijke gegevens op en u blijft verder anoniem.
Deze webwinkel is onderdeel van www.matthijs.nl